Het SD-VB is ontwikkeld op basis van kennis uit wetenschappelijk (literatuur)onderzoek en ervaringen uit de praktijk. Daarna is wetenschappelijk onderzocht of de vragenlijst werkt.
Betrouwbaarheid
Het SD-VB is verschillende malen getest en op basis van de bevindingen aangepast. Het SD-VB versie 3 is getest bij cliënten en daarvan werden de test-hertestbetrouwbaarheid en de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid bepaald. Nadien zijn nog enkele aanpassingen gedaan op itemniveau, wat resulteerde in SD-VB versie 4. Door de toevoeging van enkele items is van versie 4 als geheel geen test-hertestbetrouwbaarheid en interbeoordelaarsbetrouwbaarheid te berekenen en moet worden afgegaan op de gerapporteerde betrouwbaarheid van versie 3. Van deze versie 4 is wel opnieuw de interne consistentie vastgesteld. De interne consistentie, bepaald met de KR-20, laat zien dat de SD-VB een betrouwbare schaal is (alfa = 0,883).
Validiteit
Indruksvaliditeit en inhoudsvaliditeit zijn geborgd door het SD-VB te ontwikkelen op basis van symptomen verkregen uit
- wetenschappelijke literatuur
- bestaande (doch suboptimale) screeningsinstrumenten voor dysfagie
- ervaringen van logopedisten en artsen werkzaam in de Nederlandse verstandelijkgehandicaptenzorg
Criteriumvaliditeit
In het kader van de criteriumvaliditeit is de concurrente validiteit onderzocht door de totale score op het SD-VB te vergelijken met de totale score op de DDS. De DDS is een gestandaardiseerd instrument dat door gecertificeerde professionals ingezet kan worden binnen de dysfagiediagnostiek bij mensen met een verstandelijke beperking. Het instrument bestaat uit twee delen: het eerste deel richt zich op aan dysfagie gerelateerde factoren en het tweede deel op de voedings- en slikvaardigheid zelf. De DDS is in te zetten bij een kalenderleeftijd vanaf 2 jaar. Het instrument is gevoelig voor fysiologische,ontwikkelingsgerichte en gedragsmatige aspecten van dysfagie bij mensen met een verstandelijke beperking. Na het invullen wordt een ruwe score en percentiele waarde voor de ernstgraad verkregen.
DDS
In dit onderzoek is de DDS-versie met 13 items (totaalscore 34 punten) gebruikt (Sheppard et al., 2014). Na het verkrijgen van de SD-VB-score via de zorgverlener is door de logopedist een gestandaardiseerde observatie gedaan met de DDS. De klinische observatie door de logopedist op basis waarvan de DDS is ingevuld, vond plaats tijdens de ontbijtsituatie. Er is gekozen voor het ontbijt omdat – naast organisatorische overwegingen – een broodmaaltijd de minste verschillen in consistentie heeft . De logopedist observeerde het nuttigen van drie voedingsconsistenties (dun-vloeibaar, dik-vloeibaar, kauwbaar) mits dit veilig was voor de cliënt. Meerdere cliënten op de woonlocatie zijn tegelijkertijd geobserveerd.
Concurrente validiteit
De concurrente validiteit werd getest door vergelijking met de DDS (≥ 3 punten), gelijk aan de procedure bij versie 1, 2 en 3. Voor versie 4 is er sprake van een sterke positieve associatie tussen SD-VB-scores en aanwezigheid van dysfagie volgens de DDS (rho = 0,698; p < 0,001, n = 220).
Logistische regressieanalyse
Logistische regressieanalyse is uitgevoerd met de totale SD-VB-score als onafhankelijke variabele en wel/geen dysfagie volgens de DDS als afhankelijke variabele: SD-VB is positief geassocieerd met de aanwezigheid of afwezigheid van dysfagie volgens de DDS. Dat houdt in dat een hogere SD-VB-score samengaat met een hoger risico op DDS-dysfagie (B = Odds ratio: 1,427−1,865; p < 0,001).

Normering
Aangezien het in de dagelijkse praktijk vanwege schaarse mensen en middelen onhaalbaar is om logopedisten voor alle cliënten screening dan wel diagnostiek uit te laten voeren, is het van belang om te bepalen welke cliënten een verhoogde kans op dysfagie hebben. Daarmee kunnen deze cliënten namelijk worden geprioriteerd voor diagnostiek/observatie. In dat kader zijn de sensitiviteit, specificiteit, de positieve voorspellende waarde (PPV) en de negatief voorspellende waarde (NPV) berekend voor iedere SD-VB-score, afgezet tegen de afwezigheid (DDS < 3 punten) en aanwezigheid (DDS ≥ 3 punten) van dysfagie op basis van de DDS.
Hieruit blijkt dat de optimale SD-VB (versie 4) afkapwaarde 4 of 5 betreft (tabel 2.3 ). Dit wordt verder onderbouwd door overeenkomstpercentages van 82,3 % voor beide afkapwaardes. Het overeenkomstpercentage is de optelsom van het percentage correct positieve en correct negatieve cliënten: positief op SD-VB (score ≥ 4 of 5) én positief op DDS (score ≥ 3) + negatief op SD-VB (score < 4 of 5) én negatief op DDS (score < 3).